Kinderkribbe ‘station’ ontspoort / La crêche ‘station’ déraille


De gemeente Sint-Joost startte vorige legislatuur met een gemengd project op de Leuvense steenweg voor de creatie van een kinderkribbe, een huis van het kind en woningen. Daartoe wist de gemeente voor de kribbe met 48 plaatsen een Europese subsidie te strikken ter hoogte van 1,2 miljoen euro (Structuurfonds EFRO/FEDER 2007-2013). Een conventie werd in 2010 getekend met het Gewest die de Europese fondsen beheert. Opening van de kribbe was voorzien voor 2013. De Europese middelen moeten immers ten laatste op 31.12.2013 vastgelegd worden en voor 31.12.2014 uitgegeven worden.

Het project dat door de Regie voor Stadsvernieuwing van de gemeente (RRU) wordt beheerd sleepte echter aan en de werken konden pas in de zomer van 2013 daadwerkelijk beginnen met grote vertragingen. Er bestaat een risico dat de Europese subsidies in het water vallen indien er nog verdere vertragingen zijn. Een brief van bevoegd minister Huytebroek uit 2012 waarschuwde de gemeente hier reeds voor.

Uit het dossier dat ik opvroeg blijkt nu echter dat de RRU bij het opstellen van het lastenboek geen overleg pleegde met de ONE (die de kribbe’s van de franse gemeenschap moet erkennen) voor het ontwerp van de kribbe. De aangestelde architect en aannemer werkten verder op dit lastenboek. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de ONE pas in juni 2013 voor het eerst overleg pleegde met de gemeente. De ONE dreigde meteen de kinderkribbe niet te erkennen omdat het ernstige tekortkomingen ziet in het ontwerp van de kribbe. Zo zijn bepaalde ruimtes niet voorzien (bvb de ‘biberonnerie’) of zijn ze verkeerd gepland. De aannemer en het studiebureau wijzen met de vinger naar de gemeente die had moeten coordineren tussen de RRU, de ONE en de gemeentelijke dienst voor prille jeugd voordat het lastenboek werd opgesteld. De aannemer wijst tevens op belangrijke financiële gevolgen. In een schrijven van 21.11.2013 laat de gemeente aan de aannemer weten dat het grondig hertekenen van de kribbe noodzakelijk is voor de erkenning door de ONE en dat dit inderdaad gevolgen zal hebben voor de capaciteit (minder dan de 48 voorziene plaatsen) en de kostprijs. Het is intussen wachten op een akkoord met de ONE.

Vragen :

  • Is er een gevaar dat de gemeente de Europese subsidies verliest ?
  • Is er reeds een akkoord met de ONE voor de nodige aanpassingen? Wat houden de aanpassingen noodzakelijk voor de ONE-erkenning precies in? Wat betekent dit voor de capaciteit van de kribbe? Hoeveel bedraagt de meerkost van de nodige aanpassingen?
  • Wanneer zal de kribbe de deuren kunnen openen?
  • Hoe zal men in de toekomst dit soort toestanden vermijden? Heeft de gemeente uit haar fouten geleerd en zal er nu vooraleer een kribbeproject wordt voorgesteld overleg gepleegd worden met de ONE of met K&G?